direct naar inhoud van 3.6 Cultuurhistorie en archeologie
Plan: Buitengebied, wijziging Melderstraat 23
Status: ontwerp
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1955.wplgbgbwonmeldst23-on01

3.6 Cultuurhistorie en archeologie

3.6.1 Cultuurhistorie

Op basis van de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Gelderland zijn er binnen het plangebied geen monumenten of andere cultuurhistorische waarden aanwezig.

afbeelding "i_NL.IMRO.1955.wplgbgbwonmeldst23-on01_0013.png"

Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart met het plangebied in het blauwe kader

Conclusie

Het aspect cultuurhistorie vormt daarmee geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

3.6.2 Archeologie

Algemeen

In september 2008 is de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. De wet is een uitvloeisel van het Europese Verdrag van Valetta (1992). Daarin is afgesproken dat archeologie een gewogen onderdeel moet zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen. In die wet is vastgelegd dat de initiatiefnemer van een bodemverstorende ingreep betaalt voor de zorg van het (eventueel) aanwezige erfgoed en dit ook verder regelt. In de wet is bepaald dat de afweging binnen de Wro-procedures moet plaatsvinden.

Toetsing

De gemeente Montferland beschikt over een archeologisch beleid, waaronder een archeologische Maatregelenkaart. De planlocatie valt op de Maatregelenkaart van de gemeente Montferland (zie afbeelding 9) onder categorie AWV categorie 5 (gebieden met een middelmatige archeologische verwachting). Dit betekent dat, indien er bodemingrepen dieper dan 0,3 m-mv en een oppervlakte van meer dan 100 m2 plaatsvinden, inventariserend archeologisch onderzoek (bureau- en veldonderzoek) noodzakelijk is.

afbeelding "i_NL.IMRO.1955.wplgbgbwonmeldst23-on01_0014.jpg"

Uitsnede archeologische Maatregelenkaart Montferland

Voor de planlocatie Melderstraat 23 te Didam zijn een bureau- en booronderzoek6 uitgevoerd. In de bijlagen 6 en 7 van deze toelichting zijn deze rapporten opgenomen. Onderstaand worden de belangrijkste conclusies en aanbevelingen uit de rapportage weergegeven.

Conclusie
Uit het uitgevoerde bureau- en booronderzoek blijkt dat onder een zandige toplaag, waarin zich een bouwvoor heeft ontwikkeld, een lösshoudende bodemlaag aanwezig is waarin veel resten van huttenleem voorkomen. Daarnaast is ook houtskool en aardewerk aanwezig. Dit laatste dateert uit de middeleeuwen. Er is hier sprake van een vondstlaag die tussen de 80 – 150 cm onder het maaiveld ligt. Uit de onderzoeken blijkt niet duidelijk waar de zandige bovengrond vandaan komt. Uit het veldonderzoek blijkt dat er sprake is van een ophoogpakket, hetgeen op voorhand niet werd verwacht. Dit kan worden verklaard als aangenomen wordt dat hier sprake is van een dikke eerdlaag.

Op de locaties van de te slopen stallen is nieuwbouw gepland. Uit een nadere bestudering van de bouwtekeningen blijkt dat de huidige stallen zijn onderkelderd tot een diepte van ruim 1,5 m onder het maaiveld. De kans dat de vondstlaag onder de huidige stallen nog intact is, is zeer gering. De voorgenomen nieuwbouw op de locaties van de huidige stallen vormt voor het bodemarchief geen bedreiging.

Aanbeveling
De uitkomsten van het booronderzoek wijzen op de aanwezigheid van een vondstlaag op 80 – 150 cm diepte. MUG beveelt daarom aan bij ondiepe bodemverstoringen, dat wil zeggen niet dieper dan 50 cm, geen vervolg onderzoek uit te voeren. Bij diepere bodemverstoringen bevelen wij vervolgonderzoek aan.

Op de locaties van de huidige stallen is de bodem al tot grote diepte (meer dan 150 cm) verstoord. MUG beveelt hier aan geen vervolgonderzoek uit te voeren. Dit selectieadvies wordt door het bevoegde gezag, vertegenwoordigd door de regionaal archeoloog de heer Marc Kocken, onderschreven (beoordeling met kenmerk 2012u00102, d.d. 07 maart 2012).
Mocht men tijdens de uitvoering van het grondwerk onverhoopt alsnog op archeologische resten stuiten, dan dient de bevoegde overheid, gemeente Montferland, hiervan meteen op de hoogte gebracht te worden.