direct naar inhoud van 2.4 Beeldkwaliteitscriteria
Plan: 'Buitengebied Didam, herziening Hengelderweg 6 en 10'
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1955.bplgbgbbdrhengw610-on01

2.4 Beeldkwaliteitscriteria

Het plangebied ligt in een zone tussen de stedelijke omgeving, het landelijk gebied en een bedrijventerrein. Bij beeldkwaliteit voor de nieuwe ontwikkeling wordt ingezet op inpasbaarheid in de omgeving. Hierbij is vooral rekening gehouden met de landelijke uitstraling en het landelijke karakter.

Door de nieuwe situatie krijgt het plangebied een nieuwe verkaveling. De randvoorwaarden van deze verkaveling zijn:

  • Hengelderweg behouden als grens tussen bebouwde kom (rood) en "landerijen" (groen), de dorpsmarken;
  • Ruimte/doorzicht of groene massa tussen bebouwing behouden, hierdoor wordt een gesloten lint voorkomen (het halfopen/besloten landschap);
  • Landelijke uitstraling en karakter behouden, de bebouwing dient hierop te worden afgestemd (nieuwe erven).

Om het karakter en de landschappelijke uitstraling van het landelijk gebied te behouden en zo mogelijk te versterken, maar ook gelet op milieutechnische belemmeringen, worden de woningen terugliggend op de kavel geplaatst. Voor de ontwikkeling is een beplantingsplan opgesteld. De groeninrichting tussen bedrijfswoningen en de erfbeplanting in de voortuinen moet het landschappelijke karakter waarborgen, zodat de overgang van de bebouwde kom naar de dorpsmarken herkenbaar blijft. Tevens wordt ingezet op groen om de percelen van elkaar te scheiden en enige privacy te bieden.

Voor de genoemde ontwikkeling zijn de volgende algemene criteria van toepassing:

Algemeen

  • De bebouwing wordt compact geclusterd op het bouwperceel;
  • De hoofdbouwmassa wordt georiënteerd op de Hengelderweg;
  • De bedrijfswoningen en bedrijfsgebouwen vormen een herkenbare eenheid, maar zijn bouwkundig van elkaar gescheiden (niet aaneengebouwd);
  • De herontwikkeling van het perceel krijgt de vormgeving van een lint, waarbij de bebouwing op het perceel in de diepte plaatsvindt met de woningen (met de voorgevel) georiënteerd op de Hengelderweg en de nieuwe bedrijfsgebouwen in het verlengde daarachter;
  • De woningen worden voorzien van voortuinen, waarbij sprake is van een verspringende rooilijn;
  • Aan weerszijden van de woning is sprake van voldoende vrije ruimte, waardoor het beeld ontstaat van een ruime kavel.


Criteria ten aanzien van de nieuw op te richten woningen en bijgebouwen:

  • De woningen die worden gerealiseerd hebben een landelijke uitstraling en worden gedifferentieerd vormgegeven, waarbij sprake is wisselende maten, kappen en nokrichtingen tussen de woningen. Geen woning is gelijk;
  • De bouwvolumes sluiten aan bij de karakteristiek van agrarische bouwvolumes in de omgeving;
  • De woningen omvatten eenvoudige hoofdvormen. Het gevelbeeld is rustig en ingetogen;
  • De woningen worden uitgevoerd in metselwerk en pannen;
  • De kleuren en materialen passen in de agrarische omgeving. Het toegepaste materiaal voor de woningen bestaat voornamelijk uit rood genuanceerd metselwerk;
  • Bijgebouwen worden bij voorkeur inpandig (in het hoofdgebouw) dan wel als onderdeel van het hoofdgebouw (woning) gerealiseerd.


Criteria ten aanzien van de nieuw op te richten bedrijfsgebouwen:

  • Nokrichting haaks op de hengelderweg, tenzij het bestaande bedrijfsgebouw over de breedte is georiënteerd op de Hengelderweg;
  • De bedrijfsgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw en hebben een eenvoudige hoofdvorm;
  • De bedrijfsgebouwen worden vormgegeven met zadelkap of de volumes lezen als massa met zadelkap;
  • De gebouwen hebben een gelede vorm, ritmiek in kappen is goed mogelijk;
  • De bedrijfsgebouwen worden bij voorkeur uitgevoerd in metselwerk, een metselplint met damwand is mogelijk;
  • De bedrijfsgebouwen hebben een donkere kleurstelling (voorkeur antraciet);