direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Zeddam, Oude Doetinchemseweg 97
Status: ontwerp
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1955.wplgbgbwonouddoe97-on01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding en Doel

De ontwikkeling heeft betrekking op het verschuiven van het bestemmingsvlak ‘wonen’ ten behoeve van het realiseren van een bijgebouw aan de Oude Doetinchemseweg 97 in Zeddam.

De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het voor de locatie geldende bestemmingsplan Buitengebied. Het bouwvlak van de bestemming ‘wonen’ moet worden aangepast om de bouw van de nieuwe schuur mogelijk te maken.

Het college van burgemeester en wethouders van Montferland heeft op 14 juli 2020 (20UIT08415) schriftelijk bevestigd dat zij in principe bereid zijn om medewerking te verlenen aan de wijziging van het bouwvlak door middel van een wijzigingsplan mits wordt aangetoond dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De volgende voorwaarden gelden en cursief is per voorwaarde aangeduid dat het wijzigingsplan aan de betreffende voorwaarde voldoet:

  • a. het geen bestemmingsvlak betreft welke onderdeel vormt van een functieveranderingslocatie, zoals opgenomen in Bijlage 7 bij deze regels;
      • onderhavige locatie betreft geen onderdeel van een functieveranderingslocatie, zoals opgenomen in Bijlage 7 bij de regels
  • b. het bestemmingsvlak in de nieuwe situatie een compacte vorm heeft en voor tenminste 50% van den oppervlakte van de daarin begrepen gronden, de zelfde gronden blijft omvatten als ten tijde van het inwerkingtreden van het plan;
      • het bestemmingsvlak in de nieuwe situatie blijft een compacte vorm houden en voor 95% van den oppervlakte van de daarin begrepen gronden, de zelfde gronden blijft omvatten als ten tijde van het inwerkingtreden van het plan
  • c. het bestemmingsvlak met niet meer dan 50% wordt vergroot en de noodzaak hiertoe is aangetoond (exclusief toegangsweg);
      • het bestemmingsvlak blijft in grootte gelijk en wordt niet vergroot
  • d. de wijziging niet tot gevolg mag hebben dat hiermee bebouwing buiten het bestemmingsvlak komt te liggen;
      • er komt door de wijziging geen bebouwing buiten het bestemmingsvlak te liggen
  • e. de gronden die in de nieuwe situatie buiten het bestemmingsvlak komen te vallen, wederom geschikt worden gemaakt ten behoeve van agrarisch gebruik;
      • door de uitwisseling van een deel van het bebouwingsvlak ‘wonen’ welke onbebouwd is met de agrarisch bestemde grond, wordt de grond buiten het bestemmingsvlak ‘wonen’ geschikt voor agrarisch gebruik
  • f. omliggende functies en waarden door de wijziging niet onevenredig worden belemmerd;
      • de afstand van het bestemmingsvlak 'wonen' tot het bestemmingsvlak 'bedrijf' van de Ank blijft ongewijzigd en wordt door onderhavig wijzigingsplan niet verkleind
  • g. landschappelijke inpassing plaatsvindt van het gehele bestemmingsvlak;
      • voor het gehele bestemmingsvlak is een landschappelijk inrichtingsplan gemaakt welke in de bijlagen is opgenomen Het inrichtingsplan is gebaseerd op het stimuleren van de biodiversiteit, toepassen van inheemse beplanting en het kweken van eigen groenten en fruit met respect voor het open landschap
  • h. de oppervlakte aan gebouwen niet toeneemt.
      • de toegestane oppervlakte aan gebouwen neemt niet toe en blijft ongewijzigd.

1.2 Ligging plangebied

Planlocatie: 

Oude Doetinchemseweg 97

7038 EJ Zeddam

Gemeente Montferland

Kadastrale aanduiding:

Gemeente: Bergh

Sectie: C

Nummer: 2044

afbeelding "i_NL.IMRO.1955.wplgbgbwonouddoe97-on01_0001.jpg"

Globale ligging plangebied

Het plangebied, te wijzigen bestemmingsvlak, bevindt zich aan de Oude Doetinchemseweg 97 Zeddam in het buitengebied van de gemeente Montferland. De locatie ligt op circa:

  • 325 meter ten noorden van de bebouwde kom van Zeddam;
  • 320 meter ten oosten van tweetal burgerwoningen (woonbestemming);
  • 160 meter ten zuiden van de dichtstbijzijnde burgerwoning (woonbestemming);
  • 120 meter ten westen van het bedrijf De Ank art & design tuinen- groencentrum.

Het plangebied kan daarom landschappelijk getypeerd worden als een rustig buitengebied.

1.3 Geldend bestemmingsplan

Op grond van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied heeft het perceel een woon bestemming met de dubbelbestemming waarde archeologische verwachting 1, zie onderstaande afbeelding.

afbeelding "i_NL.IMRO.1955.wplgbgbwonouddoe97-on01_0002.jpg"

Uitsnede geldend bestemmingsplan

1.4 Leeswijzer

Voorliggend wijzigingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het wijzigingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het wijzigingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord.

De toelichting is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Het volgende hoofdstuk (Hoofdstuk 2) beschrijft de bestaande en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijke beleidskader en de Ladder voor duurzame verstedelijking. Hoofdstuk 4 geeft een overzicht van de milieu- en de omgevingsaspecten van het plan. Het vijfde hoofdstuk (Hoofdstuk 5) is gewijd aan de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. In Hoofdstuk 6 volgen de juridische planaspecten en, tot slot, in Hoofdstuk 7 volgt de gevolgde procedure.

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

2.1 Bestaande situatie

In de bestaande situatie is naast de woning een zeecontainer als bijgebouw en opslagplaats gesitueerd. Het huidige bijgebouw is landschappelijk niet ingepast. De opslagplaats van materialen ziet er rommelig uit en oogt niet als een zorgvuldige inrichting. Voor het uitvoeren van verschillende hobby's, het opbergen van (tuin-)gereedschap, het stallen van auto('s) en opslag van materialen is een landschappelijke vormgegeven berging/schuur gewenst.

afbeelding "i_NL.IMRO.1955.wplgbgbwonouddoe97-on01_0003.jpg"

Bestaande situatie

In onderstaande afbeelding is het bestaande bouwvlak en situatie weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.1955.wplgbgbwonouddoe97-on01_0004.jpg"

Bestaand bouwvlak en bebouwing

2.2 Toekomstige situatie

Het plan bestaat uit het afvoeren van de container en ontruimen van de opslagplaats en ter plaatse realiseren van de kapschuur met een oppervlak van ca. 85 m2. De nieuw te bouwen schuur komt voor ca. 75% buiten het bouwvlak te liggen. Dit bouwplan kan nog op detail wijzigen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1955.wplgbgbwonouddoe97-on01_0005.jpg"

Plattegrond concept bouwplan nieuwe schuur met overkapping.

Om het realiseren van de kapschuur op de aangeduide locatie mogelijk te maken is een wijziging van het bouwvlak benodigd. Het betreft hierbij géén vergroting van het bouwvlak maar een vervorming van het bouwvlak;

  • de achterlijn van het bouwvlak 'wonen' wordt voor de helft van de breedte van het bouwvlak 4,64 m. naar achteren geschoven (vergroten) en voor de andere helt van de kavel de achterlijn 4,64m. naar voren gehaald (verkleinen);
  • gemiddeld blijft de achterlijn dan hetzelfde en het bouwvlak even groot.

afbeelding "i_NL.IMRO.1955.wplgbgbwonouddoe97-on01_0006.jpg"

Toekomstige situatie bebouwing en bouwvlak

Bij de gewenste situering van het nieuwe bijgebouw komt een gedeelte alsnog buiten het bestemmingsvlak 'Wonen' te vallen. Hier is bewust voor gekozen, omdat de regels in het bestemmingsplan 'Buitengebied' de mogelijkheid bieden om door middel van een binnenplanse vrijstelling een bijgebouw voor 50% in het bestemmingsvlak 'Wonen' te situeren en voor maximaal 50% in de agrarische bestemming. Bij deze vormgeving van het te verschuiven bestemmingsvlak, wordt het mogelijk gemaakt om het bijgebouw op een voor de eigenaar gewenste afstand van de woning te realiseren, en met inachtneming van de aansluitende agrarische bestemming (openheid) voorkomen dat een bijgebouw verder het open agrarisch gebied in gerealiseerd kan worden.

Hoofdstuk 3 Ladder voor duurzame verstedelijking en gemeentelijk beleid

Ladder voor duurzame verstedelijking

Sinds 1 oktober 2012 is het op grond van artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verplicht om in het geval dat een bestemmingsplan nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, in de toelichting de zogenoemde ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling op te nemen. Per 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd en de tekst van artikel 3.1.6, tweede lid terug gebracht tot de essentie, de drie treden van de ladder worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst:

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

In dit initiatief wordt geen nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. De Ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing.

Gemeentelijk beleidskader

Het college van burgemeester en wethouders van Montferland heeft op 14 juli 2020 (20UIT08415) schriftelijk bevestigd dat zij in principe bereid zijn om medewerking te verlenen aan het initiatief door middel van een wijzigingsplan mits wordt aangetoond dat het plan voldoet aan wet- en regelgeving en de wijzigingsvoorwaarden zoals opgenomen in het bestemmingsplan.

Hoofdstuk 4 Haalbaarheid

4.1 Bodem

Uitgangspunten bij ruimtelijke ontwikkeling is dat de bodemkwaliteit geschikt moet zijn voor de beoogde functie. Uit het verkennende bodemonderzoek van de locatie in 2007 wordt geconcludeerd dat de grond geen belemmering vormt. Sindsdien hebben er op de locatie geen verdachte omstandigheden voorgedaan en blijft de locatie onverdacht.

Wat betreft beoogde initiatief is er geen actueel bodemonderzoeksrapport benodigd daar:

  • er geen mensen langer dan 2 uur per dag in het bouwwerk verblijven. Voorbeelden zijn garages, schuren, opslagloodsen, enz.;
  • er worden geen schroefpalen of andere palen gebruikt waarbij grond vrijkomt;
  • er wordt geen grond afgevoerd;
  • er zijn geen ondergrondse tanks aanwezig op de locatie;
  • er zijn geen bodemverontreinigingen bij initiatiefnemer bekend
  • bij een reguliere bouwvergunning-plichtig bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan bouwvergunningsvrij of licht-bouwvergunningsplichtig bouwwerk.

Het aspect bodem is geen belemmering voor het initiatief.

4.2 Akoestiek

De mate waarin het geluid, veroorzaakt door het wegverkeer en/of door industrie, onder andere het woonmilieu mag belasting, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen.

Het initiatief betreft de nieuwbouw van een kapschuur. Een schuur is geen geluidgevoelige functie. Daarnaast is de schuur geen geluidhinder veroorzakende functie. Het aspect geluid is geen belemmering voor het initiatief.

4.3 Luchtkwaliteit

Sinds 15 november 2007 vormt het aspect luchtkwaliteit uit de Wet milieubeheer de basis voor de besluitvorming in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. Deze kwaliteitseisen zijn middels grenswaarden vastgelegd voor de luchtverontreinigingscomponenten stikstofdioxide (NO2), zwevende deeltjes (PM10 of fijn stof), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb), benzeen (C6H6) en koolmonoxide (CO). De grenswaarden gelden overal in de buitenlucht. De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen projecten die 'Niet in betekenende mate' (NIBM) en 'In betekenende mate' (IBM) bijdragen aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen.

Op grond van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is er sprake van een niet in betekenende mate bijdrage als de 3% grens niet wordt overschreden of als de activiteit in de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is genoemd. De 3% grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie voor fijn stof. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3.

In de Regeling niet in betekenende mate bijdragen is een lijst opgenomen met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn:

  • Woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg;
  • Woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen;
  • Kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling niet in betekenende mate bijdragen kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en/of PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarde.

Voorliggend initiatief betreft de bouw van een schuur. Deze ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de aan het effect op de luchtkwaliteit.

4.4 Externe veiligheid

De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten (artikel 1 van het Bevi). Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, bejaardentehuizen en kinderopvang- en dagverblijven. Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico.

Het initiatief betreft de bouw van een schuur. Binnen het besluitgebied worden daarmee geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Een nadere toetsing kan daarom achterwege blijven. Daarnaast worden met de uitvoering van het initiatief geen risicovolle activiteiten mogelijk gemaakt.

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het project.

4.5 Bedrijven en milieuzonering

Indien door middel van een plan nieuwe, milieuhindergevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dient te worden aangetoond dat deze niet worden gerealiseerd binnen de hinderzone van omliggende bedrijven. Anderzijds mogen milieuhindergevoelige functies in de directe omgeving van het plangebied niet negatief worden beïnvloed door de ontwikkeling van nieuwe milieuhinder veroorzakende functies.

Bij voorliggend initiatief is sprake van wijziging van het bestemmingsvlak wonen met gelijkblijvend oppervlakte en de bouw van een schuur. Met de bouw van de schuur is er geen sprake van de realisatie van een milieuhinder veroorzakende of -gevoelige functie. De schuur zal worden gebruikt als stalling voor motorvoertuig(en) en opslag van gereedschappen. Voor deze hobbymatige omvang behoeven geen milieuzones te worden aangehouden ten behoeve van omliggende functies

Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen aanwezig zijn voor wat betreft de beoogde ontwikkeling.

4.6 Toetsing van natuur- en landschapswaarden Flora en Fauna

Voordat ruimtelijke ingrepen mogen plaatsvinden, dienen de gevolgen voor beschermde natuurwaarden en de consequenties in het kader van de geldende natuurwet- en regelgeving in beeld te zijn gebracht. Bij de natuurwetgeving kan een tweedeling worden gemaakt in soort- en gebiedsbescherming.

Het plan bestaat uit het afvoeren van de container en ontruimen van de opslagplaats en ter plaatse te realiseren schuur met een oppervlakte van ca. 85 m2 met overkapping.

Gebiedsbescherming

Het plangebied ligt op circa 9,3 km afstand van het Natura 2000 gebied Rijntakken. Het plangebied is niet gelegen in het Gelders natuurnetwerk (op 600 meter afstand) of Groene ontwikkelingszone. Directe negatieve effecten als oppervlakteverlies en versnippering op deze gebieden zijn daarmee uit te sluiten. Verder ligt het plangebied op dusdanige afstand van deze gebieden en is er sprake van tussengelegen reeds verstorende elementen zo als wegen en bebouwing dat ook indirecte negatieve effecten niet zijn te verwachten.

Soortenbescherming

Op de plek van de aanwezige container zijn ten tijde van het opstellen van het wijzigingsplan gecontroleerd op de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Hierbij is de locatie grondig onderzocht op de aanwezigheid van mogelijke verblijfs- en broedplaatsen van beschermde diersoorten. De container is opgebouwd uit enkelvoudige stalen wandplaten voor zowel de wanden als het plafond. Hierdoor is het niet mogelijk dat met name vleermuizen een schuilgelegenheid vindt.

Er zijn geen plant- of diersoorten aangetroffen die een beschermde status hebben.

afbeelding "i_NL.IMRO.1955.wplgbgbwonouddoe97-on01_0007.jpg"

Negatieve effecten op beschermde flora en fauna zijn daarom niet te verwachten. In het kader van de zorgplicht zal de container buiten het broedseizoen van vogels (globaal half maart tot half juli) worden verplaatst.

Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de uitvoering van het project.

4.7 Archeologie en cultuurhistorie

Het plangebied bevindt zich op de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Montferland in een zone met een archeologische verwachting van 1. Het gemeentelijk beleid hiervoor is dat bij bodemingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 30 cm -mv of dieper dan de bekende bodemverstoring vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek, conform KNA en Norm Archeologisch Vooronderzoek gemeenten Regio Achterhoek is vereist.

Voorliggend initiatief is kleiner dan 250 m2. Voorts gaat het initiatief niet dieper dan 30 cm. –mv of dieper, daar ter plaatse het huidige peilniveau ca. 50 cm. hoger ligt dan het oorspronkelijke maaiveld. De ontgravingsdiepte voor de fundering bedraagt 60 cm. en is minder dan de maximale toegestane diepte van, in dit geval 30+50 cm., totaal 80 cm.

De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

4.8 Water

De watertoets heeft tot doel om in een vroegtijdig stadium een samenhangend beeld te geven van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met ruimtelijke relevante aspecten van duurzaam waterbeheer en biedt de mogelijkheid om alle relevante partijen te betrekken bij het opstellen van een wateradvies. Dat advies omvat alle waterhuishoudkundige aspecten: veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit en verdroging. De inbreng van water en daarmee ook het doel en de inhoud van de waterparagraaf hangt sterk af van het type bestemmingsplan.

Voor de watertoets is gebruikt gemaakt van de Standaard Waterparagraaf zoals geleverd door het Waterschap Rijn & IJssel. Deze waterparagraaf is onderdeel van, en hangt samen met een set van standaarden die door het waterschap worden gehanteerd. Als op één of meer vragen per waterthema Ja wordt geantwoord, dan is het waterthema relevant en met deze worden toegelicht.

Thema   Toetsvraag   Relevant   Intensiteit  
Veiligheid   1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade)
2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier?  


Nee

Nee  


2

2  
Riolering en Afvalwater-
keten  
1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1 m3/uur?
2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ?
3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het waterschap?  

Nee
Nee

Nee  

2
1

1  
Wateroverlast (oppervlakte-
water)  
1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2.500 m2?
2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m2?
3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak?
4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?  

Nee

Nee

Nee

Nee  

2

1

1

1  
Oppervlakte-
waterkwaliteit  
1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd?  
Nee  

1  
Grondwater-
overlast  
1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond?
2. Is in het plangebied sprake van kwel?
3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren?
4. Beoogt het plan aanleg van drainage?  

Nee
Nee

Nee
Nee  

1
1

1
1  
Grondwater-
kwaliteit  
1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking?  
Nee  

1  
Inrichting en beheer   1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap?
2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?  

Nee

Nee  

1

2  
Volksgezond-
heid  
1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel?
2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?  

Nee


Nee  

1


1  
Natte natuur   1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ?
2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water?
3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur?
4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied?  
Nee
Nee

Nee
Nee  
2
2

1
1  
Verdroging   1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied?   Nee   1  
Recreatie   1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?  

Nee  


2  
Cultuurhistorie   1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?  
Nee  

1  

Algemeen

Het plan betreft de nieuwbouw van een schuur. Het verhard oppervlak in het plangebied neemt niet toe daar het bestemmingsvlak alleen gewijzigd wordt en niet vergroot. Het hemelwater wordt echter niet op de riolering geloosd, maar afgekoppeld en geïnfiltreerd in de bodem via een op het kadastrale perceel gelegen wadi.

Bij de bouw van de schuur worden uitsluitend duurzame (niet-uitlogende) materialen toegepast waardoor de waterkwaliteit op peil blijft. Het initiatief heeft geen negatief effect op de waterhuishouding ter plaatse.

Het aspect water is geen belemmering voor het initiatief.

4.9 Landschappelijke inpassing

De inpassing van de schuur in het landschap is afgestemd op de omgeving en bestaande erfindeling:

  • de in 2016 gerealiseerde woning staat in de breedte van de kavel;
  • de te bouwen kapschuur ook in de breedte van de kavel plaatsen geeft een in het totaalplaatje een onlogisch beeld. Er zouden dan twee gebouwen parallel aan de weg achter elkaar komen te staan en ontneemt het zicht vanuit de woning op Montferland;
  • voor een betere inbedding van het erf in het landschap is de afstand tussen de woning en de schuur 9 m. in plaats van de eerdere 10 m.
  • door de schuur dichter bij de woning te plaatsen gaat de schuur met de woning meer een landschappelijke eenheid/erf vormen.
  • de schuur bestaat uit natuurlijke materialen;
  • de situering van de kapschuur is parallel aan de reeds aanwezige bomenrij.

afbeelding "i_NL.IMRO.1955.wplgbgbwonouddoe97-on01_0008.jpg"

Door deze inpassing is een goed evenwicht gevonden tussen de ruimtelijke ontwikkeling in het aanwezige landschap en landschapskwaliteit:

  • een zorgvuldige landschappelijke inbedding;
  • een landschappelijke ontworpen kapschuur van natuurlijke materialen;
  • de auto's bij de woning en opslag van materialen alsmede de stalen container ontsieren na realisatie niet meer het landschap.

Voorts heeft het bebouwen van de huidige locatie geen nadelig invloed op planten en dieren daar de locatie heden niet natuurlijk ingericht is. Het inrichtingsplan is gebaseerd op het stimuleren van de biodiversiteit, toepassen van inheemse beplanting met respect voor het open landschap. Bij het inrichten is met name gelet op het open karakter van het landschap en is er een gradatie van tuinkarakter aan de voorzijde van de kavel naar een open landschappelijke invulling richting de achterzijde.

Op het bestemmingsvlak wonen is rondom de woning onder andere vlinderstruiken, lavendel, en duizendknoop (niet te verwarren met de Japanse duizendknoop) geplant, welke een belangrijke bijdrage leveren aan de biodiversiteit. Rondom de kapschuur wordt op het bestemmingsvlak wonen vooral ingezet op het kweken van eigen groenten en fruit. Zo zal er een groentetuin met een natuurlijke afscheiding gerealiseerd worden. Op het talud, gelegen op het zuiden, worden druivenstokken afgewisseld met knolbessen geplant.

Op het bestemmingsvlak agrarisch is als akkerrand een bloemenmengsel toegepast. Ook aan waterinfiltratie is gedacht, op het achterterrein wordt het hemelwater geïnfiltreerd.

Hoofdstuk 5 Verantwoording van de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het plan wordt uitgevoerd voor rekening en risico van de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is niet in het geding.

Planschade 

Gezien het feit dat het plan niet binnen het bestemmingsplan past, bestaat de kans dat naar aanleiding van het projectbesluit planschadeclaims worden ingediend. De kosten die voortvloeien uit eventuele planschadeclaims zijn geheel voor de aanvrager en zullen door aanvrager worden betaald.

Hoofdstuk 6 Juridische planaspecten

De grondslag voor dit wijzigingsplan wordt gevormd door het bestemmingsplan 'Buitengebied' van de gemeente Montferland.

De regels van dit wijzigingsplan maken in juridische zin deel uit van het bestemmingsplan. Artikel 3.6 lid 1 onder a Wro bepaalt immers, dat wijzigingen worden geacht deel uit te maken van het (bestemmings)plan, met dien verstande, dat zij, zolang en voor zover de bestemming nog niet is verwerkelijkt, kunnen worden herzien op dezelfde wijze als waarop zij tot stand zijn gekomen. Het wijzigingsplan is dus onderdeel van en vormt een aanvulling op het bestemmingsplan. Een en ander betekent, onder meer, dat de regels van het moederplan 'Buitengebied' van toepassing zijn op de nieuwe ontwikkeling.

De gronden zijn bestemd als 'Agrarisch met waarden' en 'Wonen'. Daarnaast is de geldende dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 1' is opgenomen voor het hele plangebied. Ook zijn de geldende gebiedsaanduidingen 'overige zone - concenverend dek' en 'overige zone - waardevol landschap' zijn opgenomen voor het hele plangebied.

De regels van de bestemmingen en aanduidingen zijn afkomstig van het moederplan. Voor een verdere inhoudelijke beschrijving van de bestemmingen, wordt daarom verwezen naar de toelichting van het bestemmingsplan 'Buitengebied' van gemeente Montferland.

Hoofdstuk 7 Procedure

Te zijner tijd worden in dit hoofdstuk of in een separate bijlage de resultaten van de procedure verwerkt.