direct naar inhoud van 5.10 Waterparagraaf
Plan: Mr. Vermeulenstraat 2e fase- Loerbeek
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1955.bpsglbkwonmrverm-va02

5.10 Waterparagraaf

Beschrijving van het watersysteem in het plangebied

Het plangebied circa 7.400 m2 ligt ten zuiden van de Didamseweg nrs. 15 a-e. De locatie is nu in gebruik als weiland. Het maaiveld bevindt zicht op een hoogte van circa + 15.80 m NAP. In de nieuwe situatie zal het plan, qua hoogte, aangepast worden op de naast gelegen woningen en straatpeilen. Hierdoor zal het huidige maaiveld een geringe verhoging ondergaan. Uit een beknopt geohydrologisch onderzoek blijkt de gemeten grondwaterstand (feb. 2008) circa 1.10 m -mv te liggen en dus 14.7 m + NAP. De bodemopbouw, met uitzondering van een enkele fijne zandlaag, leent zich voor nader uit te werken infiltratiemogelijkheden voor regenwater. Deze onderdelen zullen op een later tijdstip uitgewerkt worden in een rapportage "riolering en waterhuishouding", waarbij het ontwerp aan het Waterschap zal worden voorgelegd.

Watertoetstabel met relevante en niet-relevante waterhuishoudkundige thema's

Thema   Toetsvraag   Relevant  
HOOFDTHEMA'S  
Veiligheid   1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale waterkering?
2. Ligt in of nabij het plangebied een kade?  
Nee

Nee  
Riolering en Afvalwaterketen   1. Is er toename van het afvalwater (DWA)?
2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ?
3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van het waterschap?  
Ja
Nee
Nee  
Wateroverlast (oppervlaktewater)
 
1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak?
2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak?
3. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?  
Ja
Ja

Nee  
Grondwater-
overlast  
1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond?
2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of IJssel?
3. Is in het plangebied sprake van kwel?
4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren?  
Nee

Nee

Nee
Nee  
Oppervlakte-
waterkwaliteit
 
1. Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater geloosd?
2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water?
3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een Strategisch actiegebied  
Ja

Nee
Nee  
Grondwater-
kwaliteit  
1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking?   Nee  
Volksgezondheid
 
1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde of verbeterde gescheiden stelsel?
2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?  
Ja

Ja  
Verdroging   1. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur?   Nee  
Natte natuur   1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ?
2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur?  
Nee
Nee  
Inrichting en beheer   1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap?
2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?  
Ja

Nee  
AANDACHTSTHEMA'S  
Recreatie   1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?   Nee  
Cultuurhistorie   1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?   Nee  

Als op één of meer vragen per waterthema Ja wordt geantwoord dan is het thema relevant en zal de toelichting bij het kopje 3 ingevuld en toegevoegd moeten worden in het bestemmingsplan.

Veiligheid

N.v.t.


Riolering en Afvalwaterketen

1. Het afvalwater neemt toe door de ontwikkelingen in dit plan. Het afvalwater wordt afgevoerd naar het gemengde rioleringstelsel van Loerbeek en bemalingsgebied 1 genaamd "Didamseweg". Regenwater wordt opgevangen in een infiltratieriool.

Wateroverlast

1. Door de ontwikkelingen in het plangebied neemt het verhard oppervlak toe met circa 4.150 m2. Om wateroverlast, kwantitatief en kwalitatief, nu en in de toekomst te voorkomen wordt het regenwater niet afgevoerd naar het rioolstelsel maar volgens de trits vasthouden - bergen - afvoeren behandeld. In het plan is ruimte gereserveerd voor infiltratievoorzieningen. De dimensioneringsberekeningen van de diverse voorzieningen worden opgenomen in een nog op te stellen rapportage "riolering en waterhuishouding" welke ter goedkeuring aan het waterschap zal worden voorgelegd. Bij een bui T=100+10% mag geen wateroverlast in het plangebied of benedenstrooms van het plangebied optreden.

2. Door de ontwikkelingen in het plangebied is het mogelijk om verhard oppervlak af te koppelen van het rioolstelsel zodat de kans op wateroverlast door toekomstige regenbuien wordt verminderd. Het gaat hierbij om circa 4.150 m2. Dit afgekoppelde regenwater wordt volgens de trits vasthouden - bergen - afvoeren behandeld. In het plan is ruimte gereserveerd voor een infiltratieriool. De dimensioneringsberekeningen van de diverse voorzieningen worden opgenomen in een onder punt 1 genoemde rapportage welke ter goedkeuring aan het waterschap zal worden voorgelegd.

Grondwateroverlast

N.v.t.

Oppervlaktewaterkwaliteit

1. Vanuit het plangebied kan hemelwater via een regenwateroverstort (afhankelijk van de hoeveelheid regen) geloosd worden op de nabij gelegen watergang. Het plan maakt geen functies mogelijk die tot extra belasting van de waterkwaliteit leiden.

Grondwaterkwaliteit

N.v.t.

Volksgezondheid

1. en 2. Het in het gebied aanwezige oppervlaktewater heeft onvoldoende doorstroming om ook in het zomerseizoen van voldoende kwaliteit te zijn. Om het risico op verdrinking te beperken zijn geen maatregelen noodzakelijk. Om de milieuhygiënische risico's tot een minimum te beperken zijn geen maatregelen genomen omdat de bestaande overstort ver genoeg en in bestaand te handhaven weiland ligt waardoor mensen niet in aanraking kunnen komen met bijvoorbeeld vervuild water uit de overstort.

Verdroging

N.v.t.

Natte natuur

N.v.t.

Inrichting en beheer

1. Naast het plangebied bevindt zich watergang BVM02.005 van het Waterschap Rijn en IJssel. Deze A-watergang is in eigendom en in beheer en onderhoud bij het Waterschap. Het oppervlaktewaterpeil wordt binnen gewenste of vastgestelde marges gehandhaafd. De ruimte naast deze watergang, welke voor het Waterschap noodzakelijk is i.v.m. onderhoud, blijft gehandhaafd.

Recreatie

N.v.t.

Cultuurhistorie

N.v.t.


Geohydrologisch onderzoek

In februari 2008 heeft Econsultancy bv een geoydrologisch onderzoek uitgevoerd in het plangebied (zie bijlage 5). Doel van het onderzoek is het bepalen van enkele geohydrologische parameters, waaronder de waterdoorlatendheid (k-waarde), teneinde de mogelijkheden voor waterinfiltratie te kunnen bepalen.


Bodemopbouw en grondwater

De bovengrond bestaat uit voornamelijk zwak humeus, zwak tot matig siltig, matig fijn zand. De ondergrond bestaat uit matig siltig, zeer fijn zand. In de ondergrond komen plaatselijk sterk zandige leemlagen voor. Het grondwater varieert van circa 0,6 tot 1,1 m -mv.


Doorlatendheid

De haalbaarheid van infiltreren van hemelwater is afhankelijk van de doorlatendheid van de bodem. Voor een goede werking van een infiltratievoorziening dient de doorlatendheid van de bodem minimaal 0,5 m/dag te bedragen. Echter, na verloop van de tijd kan de doorlatendheid afnemen als gevolg van zetting en slibvorming. Derhalve wordt bij voorkeur een minimale k-waarde aangehouden van 1,0 m/dag.

Op de onderzoeklocatie zijn vier doorlatendheidsmetingen in de volgende onverzadigde bodemlagen uitgevoerd, waarbij het volgende is geconcludeerd:

  • Sterk zandige leem (MP2)

De bodemlaag heeft een gemiddelde doorlatenheid van 0,33 m/dag en wordt als matig doorlatend geclassificeerd.

  • Matig siltig, zeer fijn zand (MP3)

De bodemlaag heeft een gemiddelde doorlatenheid van 0,24 m/dag en wordt als matig doorlatend geclassificeerd.

  • Zwak siltig, matig fijn zand (MP4)

De bodemlaag heeft een gemiddelde doorlatenheid van 2,20 m/dag en wordt als goed doorlatend geclassificeerd.

  • Zwak siltig, zeer fijn zand (MP5)

De bodemlaag heeft een gemiddelde doorlatenheid van 1,47 m/dag en wordt als goed doorlatend geclassificeerd.


Advies infiltratiemogelijkheden

Rekening houdend met zetting en slibvorming acht Econslutancy bv de onderzochte bodemlagen met uitzondering van de matig siltige, zeer fijne zandlaag en de sterk zandige leemlaag, geschikt voor infiltratie van hemelwater. Bij het maken van de keuze voor het type infiltratievoorziening(en) is het tevens van belang rekening te houden met het actuele grondwaterniveau en het voorkomen van matig doorlatende bodemlagen. Uiteraard is de hoeveelheid te infiltreren hemelwater, afkomstig van het toekomstig verhard oppervlak, eveneens bepalend voor de dimensionering. Wellicht is het realiseren van een wadi of vijverpartij een mogelijkheid. Een andere optie is het doorbreken van de lagen.