direct naar inhoud van 3.6 Archeologie en cultuurhistorie
Plan: Kom Beek
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1955.bpsgbekkrnactubeek-va01

3.6 Archeologie en cultuurhistorie

Algemeen

Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast.

Archeologie

Sinds 1 september 2007 is in Nederland nieuwe archeologiewetgeving van kracht (Wet op de archeologische monumentenzorg – Wamz). Deze wet heeft verschillende bestaande wetten gewijzigd, (zoals de Monumentenwet 1988, Woningwet en Wro) en is een juridische vertaling van het Verdrag van Malta, dat in 1992 door Nederland werd ondertekend en uiteindelijk in 2007 werd geïmplementeerd in wetgeving. Voornaamste oogmerk van dit verdrag en de hieraan gekoppelde wettelijke regeling is een betere bescherming van het (Europees) archeologisch erfgoed, als zijnde een onmisbare bron voor de kennis van het verleden.

Het uitgangspunt van de Wamz is om archeologische sporen van waarde in de bodem te laten zitten (behoud in situ). Archeologisch materiaal in de bodem is onvervangbaar en daarom kwetsbaar: eenmaal vernietigd, komt het niet meer terug. Opgraven (behoud ex situ), is om die reden een noodoplossing. Na een opgraving is het bodemarchief niet meer te raadplegen in relatie tot zijn context. Het is dus zaak om zuinig te zijn op ondergronds aanwezige archeologische waarden. Behoud ter plekke - in situ dus - stelt het bodemarchief het beste veilig. Dat lukt echter niet altijd omdat de beschikbare ruimte vaak te beperkt is om op een alternatieve plek huizen te bouwen of om een bedrijventerrein ergens anders aan te leggen.

In de afgelopen jaren is er veel gebouwd / aangelegd, waardoor de bodem op veel plaatsen flink verstoord is. In veel van die gevallen heeft er geen onderzoek plaatsgevonden naar de aanwezigheid van belangrijke archeologische waarden in de bodem. Veel is dus ongezien verloren gegaan. De Wamz brengt daar nu verandering in. Bodemverstoringen worden er natuurlijk nog steeds gepland, maar archeologisch vooronderzoek is nu op bepaalde locaties verplicht. Een dergelijk onderzoek moet uitwijzen of er mogelijk belangrijke archeologische waarden aanwezig zijn. Die informatie leidt dan tot een afweging van belangen en een beslissing over wat de beste manier is om daarmee om te gaan.

Om een juiste afweging hiertoe te verankeren, is in het kader van de ruimtelijke ordening bepaald dat er tijdig gedacht dient te worden aan de mogelijkheid dat er archeologische waarden in het plangebied aanwezig kunnen zijn. In de Wamz met doorvertaling in o.a. de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is bepaald dat bij de vaststelling van nieuwe bestemmingsplannen c.q. bij ontheffingen aangegeven moet worden welke archeologische waarden en verwachtingen zich in de bodem bevinden en hoe hiermee wordt omgegaan.

Door middel van een aanlegvergunningenstelsel moeten deze waarden tegen bodemingrepen worden beschermd. Gelet hierop is het van belang om een op gemeentelijk niveau gedetailleerde archeologische verwachtings- en maatregelenkaart te hebben. De gemeente Montferland heeft daarom een gedetailleerde archeologische verwachtingskaart en een cultuurhistorische waardenkaart vervaardigd, die een gedifferentieerd beeld laten zien van de archeologische verwachting en de cultuurhistorische waarden binnen de gemeente en die bovendien inzicht biedt in de gaafheid van bodem en reliëf.

Voor de gehele gemeente is dit weergegeven op een “Maatregelenkaart”. De betreffende kaart kan als beleidsadvieskaart worden gebruikt.

afbeelding "i_NL.IMRO.1955.bpsgbekkrnactubeek-va01_0008.jpg"

Uitsnede Beek maatregelenkaart

De kern Beek heeft volgens de “Maatregelenkaart” voor het grootste deel een hoge archeologische verwachtingswaarde. Bij eventuele planvorming en voorafgaand aan vergunning verlening voor bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm onder het maaiveld en een oppervlak van meer dan 30 m² dient een archeologisch / bouwhistorisch bureauonderzoek met eventueel een karterend veldonderzoek te worden uitgevoerd.

Aan de randen van de kern Beek komt voornamelijk de middelhoge archeologische verwachting voor. Bij eventuele planvorming en voorafgaand aan vergunning verlening voor bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm onder het maaiveld en een oppervlak van meer dan 100 m² dient een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO-overig) te worden uitgevoerd.

Aan oost- en westzijde komen ook nog de lagere archeologische verwachtingen voor Ook heeft een deel geen archeologische verwachting. In de wijze van bestemmen is uitgelegd welke archeologische dubbelbestemmingen zijn opgenomen.

Cultuurhistorie

In het Bro (art. 3.1.6, tweede lid, onderdeel a van het Bro) is geregeld dat cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. De cultuurhistorische waarden van de kern Beek zijn geïnventariseerd in een waardenkaart die op navolgende uitsnede is weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.1955.bpsgbekkrnactubeek-va01_0009.jpg"

afbeelding "i_NL.IMRO.1955.bpsgbekkrnactubeek-va01_0010.jpg"

Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart zijn de historische wegen, perceelsgrenzen en boomraaien cultuurhistorisch waardevol. Daarnaast zijn in de kern ook twee waardevolle kerken en een religieus object aanwezig. Rondom de kern is op enkele plaatsen het oorspronkelijke landschap nog in tact.

Dit bestemmingsplan is conserverend ingestoken. In het plan worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die een eventuele bedreiging vormen voor de cultuurhistorische waarden. De bestaande structuren worden conserverend bestemd waardoor rekening is gehouden met de cultuurhistorische waarden van het plangebied.

Conclusie

Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig bestemmingsplan.